Kerken De Gereformeerde Kerken vrijgemaakt worden gevormd door zo’n 270 gemeentes: gemeenschappen van christenen in een bepaalde plaats of regio, verspreid over Nederland.
Verbondenheid
We weten ons met elkaar verbonden door het geloof in de enige echte God. Hij geeft zich aan ons in Jezus Christus en bezielt ons door zijn Heilige Geest.
Die verbondenheid in geloof hebben we vorm gegeven in allerlei onderlinge contacten en afspraken. Omdat we samen bij God horen, willen we ook bij elkaar horen.
Omgang
Geloven is niet maar voor waar aannemen van allerlei zaken. We willen omgaan met God, persoonlijk, maar ook samen een relatie met God hebben. In de gemeentes gaat het er om dat we elkaar stimuleren in die verhouding met God. Daarbij is iedereen welkom.
Eerbied
We luisteren eerbiedig en zorgvuldig naar wat God in de Bijbel te zeggen heeft. Dat blijkt steeds een goede boodschap te zijn, die mensen goed doet en die stimuleert om er naar te leven.
Trouw
We zijn een levende gemeenschap, waarin van alles gebeurt en zich ontwikkelt. Tegelijk willen we bewust in de traditie staan van de kerk van vroeger, van de eerste gemeentes af. We zijn niet de eersten die met God omgaan, en zullen ook de laatsten niet zijn. We proberen de spanning die daarbij hoort in trouw uit te houden
Verder zouden als typerende trekken van de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt genoemd kunnen worden:
- We beseffen dat wij niet bijzonder zijn, maar dat het een wonder is dat God met gewone mensen iets moois wil opbouwen;
- we zijn echt niet bijzonder, niets menselijks is ons vreemd, Gód is bijzonder;
- we vertellen graag aan wie het horen wil hoe goed het is met God om te gaan;
- we voelen ons verantwoordelijk voor de samenleving en de mensen om ons heen;
- we houden ervan als de dingen goed geregeld zijn en in stijl verlopen; soms lopen we onszelf daarbij in de weg, maar ja...;
- we gaan eerlijk en open met elkaar om en zeggen wat we van zaken vinden, met alle risico’s van dien;
- we beseffen dat God ons allemaal een positieve taak geeft in ons leven.
Gereformeerde Kerken
We heten Gereformeerde Kerken omdat we het stempel willen dragen van de Reformatie uit de zestiende eeuw. Dat was een omvangrijke beweging in de West-Europese kerken die aandrong op herstel en verbetering van de toenmalige Rooms-Katholieke Kerk. Aan die beweging zijn vooral de namen van Martin Luther (1483-1546), Hyldrich Zwingli (1484-1531) en Johannes Calvijn (1509-1564) verbonden.
Terug naar de bronnen
Tegenover allerlei vervlakking en verbastering wilde de Reformatie ‘terug naar de bronnen’ van de kerk: de Bijbel en de belijdenissen van de oude kerk. Het ging er vooral om dat wat God in de Bijbel zegt maatgevend zou zijn voor het persoonlijk, kerkelijk en maatschappelijk leven.
Belijdenissen
Toen voor deze beweging binnen de Rooms-Katholieke Kerk geen plaats bleek, ontstonden verschillende regionale protestantse kerken. Wat zij op grond van de Bijbel geloofden en elkaar te vertellen hadden werd opgeschreven in diverse belijdenisgeschriften. Op basis van dergelijke geschriften verbonden de kerken zich vervolgens aan elkaar.
Samenbinding
In Nederland ontstond zo een verband van Gereformeerde Kerken op basis van de Nederlandse Geloofsbelijdenis (1561), de Heidelbergse Catechismus (1563) en, iets later, de Dordtse Leerregels (uitspraken van de Synode van Dordrecht, gehouden in 1618-1619). Deze drie vormen samen de zogeheten drie formulieren van eenheid. Het zijn belijdenissen die vooral inzichten van Johannes Calvijn weerspiegelen.
Verbondenheid
Wat in deze drie formulieren van eenheid staat bindt tot op vandaag de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt samen. Wat er ook méér te vertellen is op grond van de Bijbel, dit moet in ieder geval ook verteld worden. Daarom hebben we afgesproken dat niemand namens de kerken iets mag zeggen dat met deze drie belijdenissen in strijd komt.
Vrijgemaakt
We heten Gereformeerde Kerken vrijgemaakt omdat ons kerkverband ontstaan is uit de zogeheten Vrijmaking van 1944 en volgende jaren. Inderdaad, dat was midden in de Tweede Wereldoorlog - onvoorstelbaar genoeg.
Jaren dertig
Om er toch iets van te begrijpen moeten we terugdenken aan de Gereformeerde Kerken vóór die oorlog. In de jaren dertig kwam daarin een beweging op gang die over leer en leven opnieuw wilde nadenken vanuit de Bijbel. Er werden kritische vragen gesteld bij ideeën die verder leefden in die kerken.
Meningsverschillen
Diverse mensen ervoeren deze beweging als een bedreiging en organiseerden verzet ertegen. Vanaf 1936 werd op landelijk niveau onderzoek gedaan naar de leer- of meningsverschillen binnen de kerken. Uiteindelijk deed in 1942 de generale synode (landelijke vergadering) op een heel aantal punten inhoudelijke uitspraken.
Dwang
De ellende begon pas goed toen die uitspraken dwingend werden opgelegd aan al de kerken. Onder dreiging van disciplinaire maatregelen moest iedereen zich er aan houden. Die disciplinaire maatregelen werden her en der uitgevoerd ook. Er zat voor de mensen die het met de uitspraken persé niet eens konden zijn tenslotte weinig anders op dan zich ervan vrij te maken, uit te treden en zich opnieuw te organiseren.
Opnieuw beginnen
Dat gebeurde in eerste instantie publiek in een vergadering in Den Haag in augustus 1944. Later volgden over het hele land groepen kerkleden en kerken. Samen vormden de ‘vrijgemaakten’ toen een nieuwe kerkengroep.
Naam
Omdat de kerken die zich aan de synode-uitspraken lieten binden de Gereformeerde Kerken bleven heten, is voor de kerken die zich vrijmaakten uiteindelijk de toevoeging vrijgemaakt gangbaar geworden, om misverstand te voorkomen. Voor een kerk bovendien geen lelijke naam: vrij van allerlei menselijke ideeën en dwang, om alleen te luisteren naar wat God te zeggen heeft.
Van onderaf...
Plaatselijk
Iedere gemeente staat onder leiding van een kerkenraad (zeg: bestuur). Zo'n kerkenraad bestaat uit de ouderlingen en de predikant(en) van de gemeente, en heeft de verantwoordelijkheid voor de gang van zaken in de gemeente als geheel.
Speciale taken, zoals het beheer van gebouwen, worden over het algemeen gedelegeerd aan commissies van leden uit de gemeente.
Vergaderingen
Om als kerken samen zaken te kunnen bespreken en organiseren worden bepaalde kerkelijke vergaderingen gehouden. Naar zulke vergaderingen vaardigen kerken mensen af die namens hen spreken en besluiten. De kerken beloven zich te houden aan wat samen afgesproken is. Er zijn drie van die kerkelijke vergaderingen: de classis, de particuliere synode en de generale synode. In de vreemde namen proef je nog het oude kerklatijn.
Classis
In een classis komen kerken uit een bepaalde regio bij elkaar. Nederland is verdeeld in 30 classes, die gemiddeld uit zo'n acht kerken bestaan. Een classis vergadert minstens vier keer per jaar. Iedere gemeente stuurt dan twee afgevaardigden. In de vergaderingen gaat het er vooral om dat kerken elkaar met raad en daad bijstaan, om elk voor zich op een goede manier kerk te zijn.
Particuliere synode
Drie of vier classes samen vormen vervolgens een particuliere synode; in totaal zijn er negen. In de regel vergadert zo'n particuliere synode één keer per jaar. Dan vaardigt iedere classis drie predikanten en drie ouderlingen af. De vergadering is vooral gewijd aan zaken waar een classis zelf niet uitkomt.
Generale synode
De generale synode is de landelijke vergadering van de kerken. Die vergadert eens per drie jaar. Door elke particuliere synode worden daarheen vier mensen afgevaardigd: twee predikanten en twee ouderlingen. De vergadering is gewijd aan zaken die in een particuliere synode niet afgehandeld konden worden, en aan zaken die de kerken in het algemeen aangaan.
Afvaardiging
De kerkenraad vaardigt dus af naar de classis, de classis naar de particuliere synode en de particuliere naar de generale synode. Resultaat is een vorm van getrapte vertegenwoordiging.
Daardoor worden de plaatselijke gemeenten geacht vertegenwoordigd te zijn in elke 'volgende' vergadering. Afgesproken is dat de besluiten van een kerkelijke vergadering overgenomen worden door de vertegenwoordigde kerken, tenzij blijkt dat die in strijd zijn met de Bijbel of met de afgesproken kerkorde.
Overleg
Al deze vergaderingen dienen voor onderling overleg tussen kerken en om besluiten te nemen die de gemeentes samen aangaan. Ze komen bij elkaar om een agenda af te werken en houden daarna op te bestaan. Voor noodzakelijk werk dat in de tussentijd moet worden gedaan, worden zogeheten deputaten benoemd. Het enige permanente bestuurscollege in de kerken is de plaatselijke kerkenraad.
Kerkorde
Over het geheel van deze organisatie, en over diverse andere zaken die het functioneren van de kerken raken, zijn afspraken gemaakt in de kerkorde.